Hoe je bijna burn-out kunt zijn zonder het te merken*

Van continu je schouders eronder naar moeiteloos sterk in je werk

Vogels

HR-adviseur Floor** werkte twaalf uur per dag om een softwareproject te laten slagen. Toch leken haar inspanningen nauwelijks effect te hebben. Dat maakte haar erg onzeker.   

’Oh ja, daar moeten we het ook nog over hebben’, riep Vincent uit. We zaten nog geen vijf minuten in deze Teams-call, samen met twee collega’s van de personeelsadministratie. Vincent en ik hadden van tevoren afspraken gemaakt. Ik zou de inleiding doen en het doel van de call toelichten. Maar aan die inleiding kwam ik niet eens toe, want Vincent onderbrak me al.  

Terwijl hij een wollig betoog begon over de timing van het softwaretraject, vroeg ik me af wat ik verkeerd deed. Collega’s praatten standaard over mijn bijdrages heen. Waarom overruleden ze me steeds? Ik hield steeds vaker maar gewoon mijn mond. Als er ergens een dom klusje kon worden gedaan, bood ik mezelf juist aan als vrijwilliger. Zo kon ik mezelf tenminste nog een beetje nuttig maken. Want wat ik ook probeerde, dit project schoot niet op.  

’s Nachts lag ik wakker: was ik mijn salaris nog wel waard? Was ik wel geschikt voor dit werk? Zouden ze me binnenkort niet van dit project afhalen?  

Alleen maar huilen

Ik maakte dagen van twaalf uur en zat vaak ook nog op zondagmiddag achter mijn laptop. Zelfs in de paasvakantie werkte ik door. Op kantoor, samen met Vincent. Thuis baalde mijn gezin enorm dat ik er niet was. Dat vond ik rot. Maar het ergste vond ik nog dat al mijn overwerk geen enkel resultaat had. Het leek zelfs niet eens te worden gewaardeerd.   

Toen een paar weken later mijn man en ik er alsnog een lang weekend tussenuit gingen, zei een collega: ‘wij hebben het zo druk, en jij neemt gewoon het vliegtuig.’ Uit schuldgevoel stopte ik vervolgens mijn laptop in de handbagage.  

Tijdens de zomervakantie besloot ik het anders te doen. Mijn laptop bleef thuis. We hadden een paar heerlijke weken. De eerste dinsdag na de vakantie stond een urenlange sessie bij de softwareleverancier gepland. De nacht ervoor deed ik geen oog dicht. Ik lag maar te malen: ‘waarom heb ik niets voorbereid? Hoe moest dat morgen nou?’ In mijn hoofd was het een chaos. Het leek wel of ik dronken was. Vanaf het moment dat ik opstond, kon ik alleen maar huilen. Mijn man zei: ‘Je meldt je nú ziek.’  

Rake woorden

Eenmaal ziekgemeld, sloeg mijn keel al dicht als ik alleen al aan mijn werk dácht. Achteraf gezien zat dat benauwde, opgejaagde gevoel eigenlijk al heel lang in mijn lichaam. Mijn schouders waren al maandenlang van beton. Daar was ik me niet van bewust. Mijn man zei het, toen hij had geprobeerd ze te masseren.  

Zo kon het niet langer. Ik heb hulp nodig, en praktische tools, dacht ik. Mijn werkgever werkt met een aantal vaste coaches, waaronder Heidi. Op haar website werd ik geraakt door de woorden: ‘je bent een bedachtzame denker. En dat vind je soms best lastig. Want jij hebt rust en tijd nodig om sterke resultaten neer te zetten. Maar wat nou als alles en iedereen aan je trekt? De waan van de dag je overprikkelt en opjaagt?’

Van mijn leidinggevende mocht ik een individueel traject bij Heidi doen. 

Een kapot prikkelfilter

Voorafgaand aan het intakegesprek liet Heidi me een vragenlijst invullen. Daaruit kwam naar voren dat ik tegen een burn-out aan zat. Ik kon het nauwelijks geloven.  

In de eerste sparsessie – buiten in de duinen - legde Heidi uit waarom ik me continu zo ‘dronken’ voelde. Mijn ‘prikkelfilter’ was stuk gegaan, omdat ik veel te lang over mijn eigen grenzen heen was gegaan. Daardoor kwamen er veel te veel prikkels tegelijk bij me binnen. Mijn concentratie was superslecht. En dat maakte dat ik steeds harder ging werken om een klus toch te klaren. Met een stok in de grond tekende Heidi de vicieuze cirkel waarin ik was vastgelopen.

Tot nu toe was mijn standaardreactie altijd: niet zeuren, niet zeiken, zet gewoon je schouders eronder. Maar opeens zag ik, in het zand van de duinen, dat er maar een remedie was: pas op de plaats maken.  

Altijd maar doorgaan

Ik ben niet zo goed in rust. Daarom gaf Heidi me een opdracht mee: ga thuis gewoon eens twintig minuten zitten op een stoel, zonder iets te doen. Dat was de hel. Ik wilde continu opstaan voor het een of ander. Maar ik besefte ook: voor mijn prikkelfilter is dit de hemel.  

Het wandelen in de duinen met Heidi was heerlijk. Je loopt naast elkaar, hoeft elkaar zelfs niet aan te kijken. Het maakte het makkelijker om ook over diepere dingen te spreken. Ik vertelde over mijn ouders. Ze zijn heel lief. Ik ben prima opgevoed. Alleen, in de sparsessies, begon ik te beseffen: ze leerden me ook onbewust dat ik hard moet werken, altijd door moet gaan, niet zwak mag zijn. Zo zijn ze zelf ook. 

Naar de vogeltjes luisteren

’Kun je dit met je moeder bespreken?’ vroeg Heidi mij. Dat kon ik echt niet. In mijn ouderlijk gezin praten we niet over gevoelens. Heidi vroeg of ik mijn moeder dan misschien een brief wilde schrijven. Die hoefde ik niet te versturen. Vanaf de eerste woorden die ik op papier zette, stroomden de tranen over mijn wangen. Ik schreef dat ik het voor mijn gevoel nooit goed genoeg deed. Dat ik altijd sterk moest zijn. Dat ik nooit mijn verhaal kwijt kon. Voor ik het wist had ik vier kantjes vol gepend. Er daalde een enorme rust over mij neer.   

Dit gaf de omslag. Vanaf toen begon mijn herstel.   

Ik kocht een nieuwe stoel en zette die bij het raam. Naar buiten kijken en naar de vogeltjes luisteren, heerlijk!  

Dieseldenker

Het bizarre was dat juist nu ik thuis zat, weg van mijn werk, er allerlei goede ideeën voor het softwareproject in mij opkwamen. Heidi legde me uit dat ik een ‘dieseldenker’ ben: ik heb rust en tijd nodig om dingen te verwerken, ze te laten bezinken, erover na te denken. Ik kom langzaam op gang, maar als ik eenmaal op stoom ben, kan ik bergen verzetten. Ik realiseerde me dat ik voordat ik ziek werd eigenlijk nooit die rust en tijd kreeg, zeker niet in samenwerking met snelle ‘turbodenkers’ als Vincent.  

Bij de start van mijn re-integratie werd ik op twee verschillende deelprojecten gezet. Voor geen van beide was ik eindverantwoordelijk.

Aan de ene kant vond ik dat een belediging; alsof ik dat niet zou kunnen. Maar het gaf me de ruimte om te ontdekken hoe ik mijn werk vanaf nu anders zou kunnen aanpakken. 

Zo pak ik project-calls tegenwoordig echt anders aan. Van Heidi weet ik nu hoe ik grip hou als een turbodenker me overrulet of plotseling over een heel nieuw onderwerp begint. Door de juiste vragen te stellen help ik mijn turbodenkende collega’s hun ideeën beter te onderbouwen en aan te scherpen. En terwijl ik dat doe creëer ik voor mezelf de tijd en ruimte om daar weer rustig op aan te haken. Zo komen we samen tot een aanpak die werkt en draagvlak heeft.   

Moeiteloos briljant

In onze sparsessies stelde Heidi ook veel vragen: in welke situaties voelde ik me sterk en effectief? Wanneer gingen dingen als vanzelf? Waar kreeg ik energie van? Er kwamen drie voorbeelden in me op, twee van werk en eentje privé.

‘Wat haal jij hier uit?’ vroeg Heidi. Ik zei: ‘dat ik gestructureerd werk en sterk ben in administratie’. Heidi zag iets heel anders: ik ben ‘moeiteloos briljant’ als ik systemen en processen opzet, vernieuw of verbeter naar iets dat eenvoudig en eenduidig werkt voor iedereen die ermee te maken krijgt. Ik maak dingen concreet en praktisch, bijvoorbeeld met een checklist of een template. Het was geweldig om te horen. Ik dacht meteen: ‘ja, dit klopt. Dit ben ik.’  

En dat is niet onopgemerkt gebleven. 

Vorige week benaderde mijn leidinggevende me voor een nieuwe rol. Ik kan er veel van mijn creativiteit in kwijt. Ik zal ook regelmatig met het management moeten gaan overleggen. Ik had een oriënterend gesprek met de projectmanager, maar ik kon al allerlei voorbeelden geven van manieren waarop we projecten beter zouden kunnen aanpakken. Op zo’n manier dat mensen er echt blij mee zijn.

De projectleider zei na afloop: ‘we zitten echt op één lijn. Ik zou het fijn vinden als jij dit ging doen. Gisteren kreeg ik het goede nieuws: ik heb de rol gekregen, zo gaaf! 

Verbaasd hoe ik veranderd ben

Laatst zei mijn leidinggevende: ‘Je straalt rust uit’. Mijn oudste dochter zei iets soortgelijks: ‘je bent veel relaxter, mam.’ Wie me het meest verraste was mijn moeder. Ik had gezegd dat ze me zeker wel een watje vond, omdat ik was uitgevallen. Maar ze zei: ‘misschien zijn we vroeger wel te streng geweest voor je. Je bent geen watje. Maar misschien hebben wij je onbedoeld wel dat gevoel gegeven.’  

Ik houd tegenwoordig netjes mijn werkuren aan. En toch krijg ik veel meer gedaan. Ik heb veel meer energie.  

Ik ben nog steeds best wel streng voor mezelf. Dat gaat er niet zo snel uit. Maar het verschil is dat ik me er vaker bewust van ben. Achteraf ben ik verbaasd hoeveel ik veranderd ben. Ik lijk totaal niet meer op de persoon van voor het traject met Heidi. En ook niet op die van twee jaar geleden. Ik ben echt iemand anders. Ik ben een nieuwe Floor.   

Hartelijke groet,

Stress- en Burn-Out coach Heidi Does

PS: Herken jij je in het verhaal van Floor? Neem gerust contact op om een afspraak te maken voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. 

* Geschreven in samenwerking met Jolein de Rooij
** Naam is gefingeerd op verzoek van de geïnterviewde 

Heidi Does

Over Heidi Does

Heidi is trainer-coach Wendbaar bij Werkstress voor bedachtzame, analytische kennisexperts.

Met haar rustige en nuchtere stijl van begeleiden helpt zij je loskomen van stress en burn-outklachten met IEMT, mindfulness-based tools en (tafel)opstellingen.

Daarnaast helpt ze je ontdekken waar jij van nature moeiteloos in uitblinkt en hoe je dat slim en effectief kan toepassen in je werk. 

Meer over Heidi Haak ook aan!